Je ziet een 7 op 10 staan op de verpakking van een nieuwe smartphone, en dat voelt geruststellend. Tot je online zoekt naar een vervangend scherm en niets bruikbaars vindt, of alleen een onderdeel dat drie keer de marktprijs kost. Een score die goed oogt maar in de praktijk weinig oplost: dat is precies het probleem met repareerbaarheidsscores zoals die nu bestaan. Wij van Tech1.nl leggen uit wat er achter dat getal schuilgaat, hoe de iFixit-score verschilt van de officiële EU-norm, en waar je écht op moet letten voordat je een aankoop doet.
Twee systemen, één getal: het verschil tussen de EU-score en iFixit
Er zijn in de praktijk twee soorten scores die je tegenkomt als je op repareerbaarheid let. Ten eerste de officiële EU-reparatie-index, die zijn wortels heeft in de Franse wet uit 2021 en inmiddels via de Right to Repair-richtlijn (van kracht sinds 2026) breder in Europa is uitgerold. Ten tweede de vrijwillige teardown-score van iFixit, de Amerikaanse organisatie die apparaten letterlijk openbreekt en beoordeelt op hoe makkelijk dat gaat.
Het cruciale verschil: de EU-score is een gewogen berekening op papier, gebaseerd op informatie die de fabrikant zelf aanlevert. De iFixit-score is een praktijktest door mensen met een schroevendraaier. Neem een populaire mid-range Android-telefoon als voorbeeld. Op de EU-index scoort zo’n toestel misschien een 6,8 omdat de fabrikant documentatie beschikbaar stelt en reserveonderdelen verkoopt. Bij iFixit eindigt datzelfde model op een 4 uit 10, omdat de accu met hete lijm vastzit en de behuizing breekt bij de eerste poging tot openen. Beide scores kloppen, maar ze meten iets anders.
De EU Right to Repair-richtlijn: wat er nu echt veranderd is
Wij van Tech1.nl volgen de ontwikkelingen rond Right to Repair al jaren, en de richtlijn die in 2026 van kracht werd, is een serieuze stap voorwaarts. Voor een flink aantal productcategorieën geldt nu een verplichte reparatie-index op het etiket: smartphones, tablets, laptops, wasmachines, vaatwassers, koelkasten, televisies en stofzuigers vallen er inmiddels onder.
Maar een groot deel van de markt valt er nog buiten. Smartwatches, draadloze oordopjes, gameconsoles en kleine keukenapparaten hoeven nog geen score te tonen. Dat zijn precies de productcategorieën waar fabrikanten het minst moeite doen om reparatie mogelijk te maken. Het systeem is dus beter dan niks, maar selectief in wat het afdwingt.
Wat de EU-score wél meet: de vijf criteria
De EU-reparatie-index beoordeelt vijf gewogen criteria. Samen leveren ze maximaal 10 punten op, al telt elk criterium niet even zwaar mee:
- Demonteerbaarheid: hoe makkelijk is het apparaat te openen? Worden standaard schroeven gebruikt en zijn er instructies beschikbaar?
- Beschikbaarheid van reserveonderdelen: kan een consument of reparateur de benodigde onderdelen daadwerkelijk bestellen, en hoe snel zijn ze leverbaar?
- Technische documentatie: stelt de fabrikant reparatiehandleidingen beschikbaar, en voor wie?
- Software-ondersteuning: hoe lang ontvangt het apparaat updates, en blokkeert de software reparaties niet actief?
- Verkoopprijs van onderdelen: zijn de onderdelen betaalbaar in verhouding tot de nieuwprijs van het apparaat?
Een apparaat dat op vier van de vijf criteria goed scoort maar verschrikkelijk slecht op demonteerbaarheid, kan toch een acceptabel totaalcijfer halen. Dat is geen fout in het systeem, maar het betekent wel dat je verder moet kijken dan de eindscore.
Wat de EU-score níét meet: de valkuilen
Dit is waar het interessant en soms frustrerend wordt. De score meet niet of onafhankelijke reparateurs daadwerkelijk welkom zijn. Fabrikanten kunnen reserveonderdelen technisch beschikbaar stellen maar tegelijkertijd via licentievoorwaarden alleen eigen servicepartners toegang geven. Juridische blokkades voor de buurtreparateur vallen buiten het meetkader.
Geserialiseerde onderdelen zijn een ander pijnpunt. Apple is hier berucht mee, maar het principe verspreidt zich ook naar Android-fabrikanten. Je vervangt de accu met een legitiem origineel onderdeel, maar het apparaat herkent het niet als authentiek en toont voortaan een waarschuwing of blokkeert bepaalde functies. Dat telt niet mee in de EU-score, maar het maakt reparatie in de praktijk zinloos.
Proprietary schroeven zijn een derde truc. Een fabrikant kan documentatie beschikbaar stellen maar daarvoor schroevendraaiers vereisen die je nergens koopt. Formeel is de demontage gedocumenteerd, in de praktijk heb je zonder speciaal gereedschap niets aan die documentatie.
De iFixit-methode als aanvulling
iFixit beoordeelt op basis van een echte teardown: hoe moeilijk is het apparaat te openen, zijn onderdelen modulair vervangbaar, worden lijm of geplastificeerde verbindingen gebruikt, en zijn de meest kapotgaande onderdelen (accu, scherm, oplaadpoort) zelfstandig te vervangen? Een score van 9 of 10 bij iFixit betekent dat een gemiddeld handige consument de reparatie zelf aankan.
De combinatie van beide scores vertelt het complete verhaal. Een apparaat met een EU-score van 7 en een iFixit-score van 8 is serieus repareerbaar. Een EU-score van 7 met een iFixit-score van 3 is een signaal dat de papieren werkelijkheid en de praktijk ver uiteen liggen. Wij raden aan om bij elke aankoop beide te checken: de EU-score vind je op de verpakking of productpagina, de iFixit-score zoek je op ifixit.com.
Drie productcategorieën in de praktijk
| Categorie | Koplopende merken (reparatie) | Staartrijders | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Smartphone | Fairphone (hoog op beide scores), Google Pixel (redelijk iFixit, gemiddeld EU) | Ultra-premium glasdesigns zonder demonteerbare accu | Serialisatie van onderdelen is hier het grootste risico |
| Laptop | Framework Laptop (modulair ontwerp, scoort hoog bij iFixit), Lenovo ThinkPad-lijn | Dunne ultrabooks met gesoldeerde RAM en opslag | Let op of RAM en SSD vervangbaar zijn |
| Wasmachine | Miele, Bosch (reserveonderdelen langdurig beschikbaar) | Budgetmerken met kunststof kuip en geen onderdelengarantie na 5 jaar | EU-score werkt hier beter: demonteerbaarheid is objectiever te meten |
Hoe herken je een geflatteerde score?
Sommige fabrikanten weten precies hoe ze het systeem naar hun hand kunnen zetten. Een paar concrete signalen die je moet kennen:
Bezoek de officiële webshop van de fabrikant en zoek op het model plus het woord ‘onderdelen’ of ‘spare parts’. Als je geen accu, scherm of oplaadconnector kunt vinden terwijl de EU-score hoog is, dan klopt er iets niet. De onderdelen bestaan formeel, maar zijn in de praktijk niet verkrijgbaar voor consumenten.
Let op formuleringen als “gecertificeerde servicepartners” zonder vermelding van onafhankelijke reparateurs. Dat zinnetje in een productblad betekent bijna altijd dat je uitsluitend bij de fabrikant of zijn betaalde partners terechtkunt.
Een simpele zoekopdracht die veel blootlegt: typ de merknaam plus het modelnummer plus ‘pairing required’ of ‘parts pairing’. Als er forums en klachten opduiken over geserialiseerde onderdelen, weet je genoeg.
Vijf vragen vóórdat je koopt
Op basis van alles wat hierboven staat, zijn dit de vijf vragen die je jezelf stelt voordat je een apparaat aanschaft. Niet als theoretische oefening, maar als praktische checklist bij de productpagina:
1. Wat is de iFixit-score? Zoek het model op ifixit.com. Is er geen teardown? Dat is op zichzelf al een signaal dat het apparaat weinig aandacht krijgt van de repareergemeenschap.
2. Zijn de meest kapotgaande onderdelen los te bestellen? Controleer accu, scherm en oplaadpoort in de webshop van de fabrikant en bij onafhankelijke leveranciers zoals iFixit zelf.
3. Zijn er aanwijzingen voor onderdelen-koppeling (parts pairing)? Doe de zoekslag met de naam van het model plus ‘parts pairing’ of ‘serialized components’.
4. Hoe lang worden software-updates gegarandeerd? Een apparaat zonder updates is na drie jaar functioneel verouderd, ongeacht hoe repareerbaar het is, op dat moment is je oude apparaat het best te verkopen.
5. Wat kost een schermvervanging bij een onafhankelijke reparateur? Als je dat bedrag nergens kunt vinden omdat geen enkele onafhankelijke reparateur het model bedient, is de repareerbaarheidsscore gadgets of geen gadgets alsnog weinig waard in de praktijk.
Een repareerbaarheidsscore geeft richting, maar zegt niet alles. De EU Right to Repair heeft fabrikanten gedwongen meer transparantie te bieden over onderdelen en documentatie, en dat is een echte stap vooruit. Tegelijkertijd weten slimme fabrikanten precies welke gaten er in de meetmethode zitten. Check daarom altijd de iFixit-teardown naast de officiële score, zoek op of onderdelen los te koop zijn, en typ de naam van het apparaat in combinatie met “parts pairing” in een zoekmachine. Vijf minuten extra onderzoek bij de aankoop kan je flink wat gedoe en kosten besparen.
